Mein Kampf, een wonderlijke mengeling van autobiografie, wereldbeschouwing en mythologie

mein_kampf 2Er zullen niet veel Nederlanders zijn die Adolf Hitlers Mein Kampf enkele keren integraal gelezen hebben. Ik beschik al jaren over vijf edities van het boek, dat ik als student geschiedenis ooit uitvoerig bestudeerde en enkele jaren terug weer eens herlas, in de vertaling van de in 2008 overleden Steven Barends. Ik schreef er een artikel over in Trouw naar aanleiding van de provocerende opmerking van Geert Wilders dat de Koran een soort Mein Kampf zou zijn. Die vergelijking is als het vergelijken van appels en peren en kan hier terzijde worden gelaten. Maar Mein Kampf, het enige verboden boek in Nederland, wat is dat nu voor een boek? Een even wonderlijke als fascinerende mengeling van autobiografie, wereldbeschouwing en mythologie, waarover ik ook op de radio nogal eens sprak, zoals hier te horen is:http://www.npogeschiedenis.nl/speler.POMS_EO_419551.html

De wens een boek te schrijven ontstond bij Hitler toen hij in de gevangenis van Landsberg zat na de mislukte staatsgreep in München op 8 en 9 november 1923. In Mein Kampf zijn heel wat redeneringen terug te vinden van de betogen die Hitler hield tijdens het proces dat in 1924 tegen hem werd gevoerd. Het boek bestaat uit twee delen, in 1925 en 1926 afzonderlijk verschenen onder de titels ’Een afrekening’ en ’De nationaal-socialistische beweging’. Vanaf 1930 werden ze bijeengebracht in één band. De afzonderlijke Mein Kampf 1hoofdstuktitels suggereren een logische opbouw. Het eerste deel, met hoofdstukken als ’In het ouderlijk huis’ en ’Leer- en lijdensjaren te Wenen’, lijkt een onverhulde autobiografie, het tweede lijkt programmatischer. Maar in beide delen lopen autobiografie en wereldbeschouwing door elkaar, waardoor de titel ten volle gerechtvaardigd wordt: het is inderdaad het hele boek door Hitlers ’strijd’, persoonlijk én publiek. Na zijn entree in de politiek (in 1919) kun je de twee nauwelijks meer van elkaar onderscheiden.

Voordat het boek definitief de titel Mein Kampf kreeg, circuleerden er nogal wat andere mogelijkheden. Door uitgeverij Franz Eher werd het in 1924 aangekondigd als ’Vierenhalf jaar strijd tegen leugens, domheid en lafheid’. Dat sloeg op de verloren Wereldoorlog. Hitler zelf had het tegen een medewerker over ’Vierenhalf jaar strijd’. Pas in 1925 werd Mein Kampf als de krachtigste titel gehandhaafd.

Krachtig en suggestief was die zeker. Vijfentachtig jaar later heeft hij zelfs iets dramatisch, aangezien we de afloop van Hitlers ’strijd’ kennen: wereldoorlog en massamoord op ongekende schaal.Hitler 2 Niet dat die rechtstreeks uit Mein Kampf zijn af te lezen, zo werkt geschiedenis niet. Ook Hitler was afhankelijk van de omstandigheden. Dat hij tussen 1933 en 1945 zover kon komen, had veel te maken met de kracht en vooral de zwakte van zijn opponenten. Toch moeten ook tijdgenoten de rancune, de agressie en vooral de haat in Mein Kampf zijn opgevallen – er valt eenvoudigweg niet overheen te lezen.

Mein Kampf bevat vele kleine leugens, vooral over Hitlers levensloop, maar is in de kern onthutsend openhartig. Het ruim achthonderd pagina’s tellende boek is één protest tegen de gedachte die sinds de Franse Revolutie en al eerder in het christendom zoveel terrein had gewonnen, althans onder de spraakmakende elite: dat alle mensen broeders en zusters zijn. Niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. En alle broeders en zusters mogen en moeten in vrijheid deel kunnen hebben aan de wereld.Hitler 3

Hitler meende te weten waar die ’leugen’ vandaan kwam: het zouden de Joden zijn, die de volkeren met dit praatje van ’vrijheid, gelijkheid en broederschap’ hadden bedorven. Mein Kampf is van begin tot eind doortrokken van haat tegen de Joden, die hij als de vergiftigers van alle volkeren aanwees.

Hitler stond met zijn Jodenhaat beslist niet alleen. Het verschijnsel was in Duitsland (en Europa) na 1914-1918 wijdverbreid. De vele ’volkse’ bewegingen in Duitsland, maar zeker in het Zuid-Duitse Beieren verschilden in tal van opzichten van elkaar, maar hadden één treurigstemmende overeenkomst: afkeer van Joden. Niettemin was de Jodenhaat bij Hitler vele malen obsessioneler – een nog altijd niet goed te verklaren fenomeen, de vele historische studies ten spijt.

hitler 4In een brief uit september 1919 toonde hij zich meteen al meedogenloos: ‘Antisemitisme mag en kan niet in emotionele termen worden uitgelegd, maar alleen door kennis van de feiten. De feiten zijn: ten eerste dat het Jodendom beslist een ras, geen religieuze gemeenschap omvat. De Jood komt nooit naar voren als een Joodse Duitser, een Joodse Pool, of zelfs een Joodse Amerikaan, maar altijd als een Duitse, Poolse of Amerikaanse Jood. De Jood, levend temidden van een vreemd volk, neemt niets van hen over behalve de taal.’

Daarop hamerde Hitler ook in Mein Kampf. De Joden waren uit op wereldheerschappij en hadden dus niets met het land waarin ze leefden. „De Joodse staat was, wat zijn grondgebied betreft, nooit begrensd, hij was veelomvattend en grenzenloos, omdat hij immers niet betrekking had op een bepaalde oppervlakte, maar op alle individuen, welke tot één ras behoorden. Overal waar deze waren, was de Joodse staat.’ Anders dan christenen (die het het eerstgeboorterecht van de Joden – van de kerkvaders, via hervormer Luther (foto)Luther tot theologen in de twintigste eeuw – eeuwenlang fel bestreden) kende Hitler het godsdienstig Jodendom geen enkele betekenis toe. Het was slechts een voorwendsel om de drang naar wereldheerschappij te maskeren. ‘Het is één van de geniaalste trucs, die er ooit uitgevonden zijn, om deze staat voor een “religie” te laten doorgaan, en hem daardoor onder de beschermende hoede te stellen van de verdraagzaamheid, welke de Ariër altijd voor iedere geloofsbelijdenis over heeft. Want feitelijk is de Mozaïsche religie niets anders dan een leer tot instandhouding van het Joodse ras. Zij omvat daarom ook nagenoeg alle terreinen van sociologische, politieke en economische wetenschap, welke maar even dienstig kunnen zijn aan dit doel.’

Uit deze citaten blijkt dat Hitler Joden geen enkele rust gunde. Waar christenen Joden in het verleden nog wel (zij het soms tandenknarsend) tolereerden mits zij zich bekeerden, was het voor hem een uitgemaakte zaak: linksom of rechtsom was ’de Jood’ uit op wereldheerschappij en diende hij dus op leven en dood te worden bestreden. In Mein Kampf schetst hij de wegen waarlangs de Joden van zijn tijd die ’wereldheerschappij’ trachten te bereiken. Via het kapitalisme, waardoor Joden hun tentakels over de wereld zouden uitspreiden, maar vooral via het communisme.

De Duitse historicus Ernst Nolte (foto) nolteheeft fascisme en nationaal-socialisme eens gekarakteriseerd als antimarxisme. Dat is wat al te kras, maar wat Hitler betreft niet geheel onjuist. De Russische Revolutie van 1917 bevestigde Hitlers waandenkbeeld: de droom van ’Joodse internationalist’ Karl Marx – een door het proletariaat gedomineerde wereld – kreeg door de staatsgreep van de Joden Lenin en Trotski in Rusland zijn eerste vorm. In 1918 had het er in Duitsland, de bakermat van Marx en Engels, om gespannen. Het heldhaftige Duitse leger, waarin de moedige en om die reden ook gedecoreerde soldaat Adolf Hitler jarenlang meevocht, was plotseling een dolk in de rug gestoken door – ja door wie anders dan door de Joden.

Van de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog herstelde Hitler nooit. Hij was in mei 1913 (en niet ’in de lente van het jaar 1912’, zoals hijzelf schrijft) naar München getogen om ’aan de Babylonische rassenverwarring’ van zijn geboortegrond te ontkomen: de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie.Hitler 8 Dat hij als mislukt kunstenaar, die lang geteerd had op de erfenis van zijn overleden ouders, in de hoofdstad Wenen volledig was vastgelopen, vertelde hij er niet bij. Intussen was ’die Babylonische rassenverwarring’ Hitler bittere ernst: met afschuw sloeg hij het samenleven van Tsjechen, Hongaren, Duitsers en Joden in de veelvolkerenstaat gade.

Toch was hij in zijn Weense jaren (1908-1913), anders dan hij in Mein Kampf beweert, nog niet de geharnaste antisemiet van na de Wereldoorlog. Hitler onderhield regelmatig contact met Joden, van wie sommigen moeite deden om zijn schilderijen aan de man te brengen.

Hitler 5Maar de verloren oorlog zette hem op scherp. De oorlog had Hitler een doel en kameraadschap – in één woord: geluk – geboden. „Ik schaam mij ook heden niet om te zeggen dat ik, ten prooi aan overweldigende geestdrift, op mijn knieën ben gevallen om de hemel uit de diepte van mijn overvol hart te danken, dat mij het geluk was toebedeeld, in deze tijd te mogen leven.’

De geestdrift sloeg vier jaar later om in diep verdriet. Toen hij in november 1918 hoorde dat Duitsland de oorlog had verloren, liet Hitler zich huilend vallen op het bed van de ziekenbarak in Pasewalk (provincie Pommeren), waar hij wegens oorlogsverwondingen werd verpleegd. Als gedemobiliseerde soldaat bleef Hitler na de Duitse capitulatie in dienst van de Reichswehr. Hij werd door zijn superieuren ingezet als ’spion’ om de vele partijtjes en bewegingen na de oorlog in de gaten te houden.

Zo kwam hij op 5 september 1919 terecht bij de Duitse Arbeiders Partij, opgericht door de spoorwegbeambte Anton Drexler (foto)Drexler, een man die hij in Mein Kampf terecht tekent als een middelmatige figuur zonder charisma. Drexler had zojuist zijn brochure ’Mijn politiek ontwaken’ gepubliceerd, een cocktail van populistische denkbeelden en antisemitisme. Hitler werd geacht alleen te observeren, maar hij kon zich niet inhouden toen de plaats van Beieren in het Duitse rijk ter sprake kwam. Moest Beieren onderdeel van dat rijk blijven of zich afscheiden? En hoe moest dat Duitse rijk er eigenlijk uitzien: als een federatie van losse staten of als een hechte eenheid?

Naast het antisemitisme, is dit een tweede thema dat domineert in Mein Kampf: de strijd tegen iedereen die het rijk wilde federaliseren of versplinteren. Niet voor niets opent Mein Kampf met de roemruchte zinnen, die nauwelijks een decennium later (in maart 1938) profetisch zouden blijken, toen de Anschlussvan Oostenrijk bij nazi-Duitsland een feit werd: „Nu beschouw ik het als een gelukkige schikking van het lot, dat het mij juist Braunau aan de Inn als geboorteplaats aanwees. Dit stadje is immers juist gelegen op de grens van die twee Duitse staten, welke vooral volgens ons, jongeren, weer tot één geheel moeten worden verenigd.’

Het verzet tegen afscheiding en federalisering werd uiteindelijk Hitlers entree in de politiek. In een gloeiende rede keerde hij zich tegen een opponent die afscheiding van Beieren bepleitte. De man verliet bedremmeld de vergaderruimte, Hitler werd door Drexler gestrikt voor de Duitse Arbeiders Partij. Nu ontdekten ook anderen wat Hitler even eerder, als gedemobiliseerd soldaat, had ontdekt: zijn gaven als redenaar. Als geen ander wist hij de emoties van zijn gehoor te bespelen en te betoveren.Hitler 7

Keer op keer komt de auteur in Mein Kampf terug op zijn spreektalent dat ook hemzelf in vervoering brengt. En geef hem eens ongelijk: de naamloze scharrelaar verhief zich door deze gave in één klap boven veel van zijn tijdgenoten en vond zijn bestemming.

In één moeite door geeft de autodidact af op intellectuelen. Zij begrijpen niets van het leven, zij lezen zich suf zonder doel of richting: „Zij bezitten weliswaar een overmatige hoeveelheid ’kennis’, maar hun hersens verstaan de kunst niet, het opgenomen materiaal in te delen en te registreren.’

In 1914-1918 was volgens Hitler pijnlijk duidelijk gebleken hoe rampzalig een intellectueel als regeringsleider was: de Duitse kanselier Bethmann Hollweg kwam niet verder dan ’hulpeloos gestamel’, terwijl de Britse premier David Lloyd George (foto)lloyd george uitblonk in redevoeringen die tot het hart van het volk spraken. Lloyd George, een van de weinige helden in Mein Kampf, werd op 4 september 1936 dan ook met alle egards ontvangen door Hitler, inmiddels Führer van Duitsland. Hitler bewonderde niet alleen Lloyd George, maar ook Groot-Brittannië. Dat was begin jaren twintig in ’volkse’ kringen in Duitsland tamelijk ongewoon: de als arrogant beschouwde Britten hadden per slot ook hun handtekening onder het Verdrag van Versailles gezet.

Maar de overtuigde racist Hitler beschouwde de Britse imperialisten als een Herrenvolk, waarmee niet te spotten viel. Duitsland zou een voorbeeld aan het land moeten nemen. Zoals de Britten India koloniseerden, zo zou Duitsland het oog moeten laten vallen op het grote land in het Oosten: Rusland. Op die manier zou het in één klap twee doelen verwezenlijken. Duitsers zouden genoeg Lebensraum krijgen, waar ze als hoogstaand arisch volk recht op hadden. Bovendien kon ’het Joodse bolsjewisme’ eens en voor altijd worden vernietigd. De Herrenvölker Groot-Brittannië en Duitsland zouden, samen met fascistisch Italië, de wereld moeten verdelen en koloniseren.

Nazi-Duitsland heeft laten zien hoe trouw Hitler bleef aan deze uitgangspunten. Er kwam een bondgenootschap met Italië en er werd een meedogenloze oorlog gevoerd tegen de Sovjet-Unie. Alleen het Engeland van Winston Churchill (foto)Churchill wenste geen onderdeel te zijn van dit masterplan. Het zou korte tijd alleen staan in de strijd tegen de dictator, die in 1941 heer en meester leek in Europa.

Mein Kampf  moet op tijdgenoten een verwarrende indruk hebben gemaakt. Deels was het een gelegenheidsgeschrift van een volkse nationalist en racist, waarin afgerekend werd met iedereen die de auteur niet zinde, de Joden voorop. Deels was het ook een programmatisch geschrift dat zijn woorden van haat tegen de Joden, de communisten en de ’niet-arische’ volkeren in daden wilde omzetten. Tegenwoordig is het in ieder opzicht een historisch boek. Het maakte geschiedenis en het is geschiedenis geworden.

Advertenties