“Zo gij zijn monument zoekt…”Over de mooiste epiloog die ik ooit las

Ik was nog maar een jonge vent, toen mijn vader me aanspoorde een boek te lezen dat hem altijd zeer had geboeid. Hij trok een kleine, maar dikke pocket uit de boekenkast. Op de omslag stond met grote koeienletters geschreven: Hitler. Daaronder wat kleiner, maar niet minder intrigerend: Leven en ondergang van een tiran. Om mij ervan te overtuigen dat het lezen van deze dikbedrukte pil geen verspilde moeite was, vertelde hij hoe hij het boek had bemachtigd.

Lees verder

De ‘beeldenstorm’ anno 2020: een uiting van pijn maar ook een vertoon van morele superioriteit

Deze week vroeg het Nederlands Dagblad me in de persoon van opinieredacteur Andre Zwartbol om een column over de ‘beeldenstorm’ die dit jaar door de Westerse wereld gaat. Soms is het letterlijk een beeldenstorm, soms gaat het om het weghalen van een naam, maar in alle gevallen is de inzet dezelfde: de imperiale geschiedenis van de Westerse wereld, uitmondend in kolonialisme en gepaard gaand met racisme, wordt niet geaccepteerd en moet letterlijk onzichtbaar worden gemaakt. Dat lijkt een nobel streven maar is dat niet. In die beeldenstorm klinkt niet alleen pijn door over het leed dat voorvaderen van anders gekleurde Nederlanders is aangedaan maar is minstens zozeer een (wellicht onbewuste) uiting eigen morele superioriteit.

Lees verder

“Over kampliteratuur”, de monumentale studie van de (eens) marxistische literatuurcriticus Jacq Firmin Vogelaar (1944-2013)

In de marge van de Nederlandse literatuur fungeren schrijvers en critici die het grote publiek dikwijls onbekend zijn. Dit, terwijl ze met grote regelmaat artikelen en boeken publiceren die met hoge inzet en met passie voor de letteren zijn geschreven. Zo’n schrijver was Jacq Firmin Vogelaar, die naast literaire kritieken voor het weekblad De Groene Amsterdammer verscheidene romans, verhalen en letterkundige manifesten schreef. Hij debuteerde als dichter maar genoot in zijn jonge jaren vooral (omstreden) faam als marxistisch literatuurcriticus. Hoewel hij zichzelf trouw bleef, ontwikkelde hij zich en eindigde als schrijver van een monumentale studie, eenvoudig Over kampliteratuur (2006) getiteld. Daarover schreef ik eens dit.

Lees verder

Boudewijn van Houtens “Onze hoogmoed” (1970): trefzekere ontleding van kleine tirannie

Een halve eeuw geleden verscheen Onze hoogmoed, het debuut van Boudewijn van Houten (1939), die nadien een respectabel oeuvre bij elkaar zou schrijven maar nooit doorbrak bij een groot publiek. Het is speculeren wat daarvan de reden is. Misschien is zijn libertaire, hedonistische wereldbeschouwing Nederlanders vreemd? (Dat zou je overigens niet zeggen nu je zelfs in tijden van Corona hossende menigten ziet). Wat ook de reden is van zijn beperkte populariteit, met Onze hoogmoed schreef Van Houten een briljant boek dat Max Pam terecht eens onder de beste honderd romans schaarde die in de Nederlandse literatuur zijn geschreven. Eens werd ook ik, als anderen, door het Nederlands Dagblad gevraagd naar een boek dat een onuitwisbare indruk op me had gemaakt. Dat boek was Onze hoogmoed. Ik schreef er dit over.

Lees verder

Raul Hilberg, pionierend historicus van de Holocaust

Op 4 augustus 2007 stierf de Amerikaanse historicus Raul Hilberg op 81-jarige leeftijd. Hilberg heeft veel geschreven maar zal voornamelijk herinnerd worden door zijn pionierende studie The Destruction of the European Jews, dat in 1961 in 1 deel verscheen. Hilberg zou het jarenlang aanvullen met nieuwe informatie. Het werk breidde zó uit dat het uiteindelijk drie delen werden. Die delen werden voortreffelijk in het Nederlands vertaald door Rob Pijpers en Simone ten Cate en verschenen in 2008 (een jaar na de dood van Hilberg) onder de titel De vernietiging van de Europese Joden bij de onvolprezen uitgeverij Verbum, die zich toelegt op het uitgeven van publicaties over deze ongekende massamoord. Ik schreef na het verschijnen van de vertaling eens over dit monumentale werk.

Lees verder

Voltaire als voorbeeld: de vergeten historicus Philip de Vries (1921-2001), misverstaan door geestverwant Pieter Geyl

‘Niemand heeft ooit enig aspect van de geschiedenis van Frankrijk in de 18e eeuw kunnen behandelen zonder Voltaire te noemen. Een geschiedenis van de Europese beschaving van die tijd, waarin geen aandacht aan Voltaire zou zijn besteed, is ondenkbaar’. Zo luiden de openingszinnen van Voltaire. Burger en edelman, de biografie die de Amsterdamse historicus Philip de Vries in 1951 publiceerde. Een ongemeen knap en interessant boek over de ‘onsterfelijke’ Voltaire, geschreven door een man die nagenoeg vergeten is, maar die het waard is in herinnering te blijven. Ik kocht en las het boek in 1983 maar herlas het dezer dagen nog eens. Hoewel gedateerd heeft het nog niets aan kracht ingeboet. Het boek is bepaald kritisch maar toch toont De Vries zich een bewonderaar van Voltaire. Hij beschouwde hem als een baken van beheersing en beschaving, een beschaving die hij in het midden van de 20ste eeuw vermorzeld zag door het moorddadige nationaalsocialisme. De Vries – van Joodse komaf – wist maar net aan de Holocaust te ontkomen. Zijn biografie was vervuld van heimwee naar een beschaving die hij bij de ‘patriarch van Ferney’ waarnam.

Lees verder

Een leven van vergeefs streven: de eindeloze illusies van Ernest Mandel

Op 20 juli 1995 stierf de Belgische econoom Ernest Mandel (1923-1995), een onvermoeibaar maar ook onverbeterlijk gelovige in het marxisme. Het wrede bolsjewistische experiment in de Sovjet-Unie schokte zijn marxistische geloof allerminst. Evenals zijn held Leo Trotski was hij een criticus van het Sovjetregime, dat het marxisme zou hebben verraden. Zelfs na de val van de Muur, toen menig al twijfelende marxist genezen werd van dit geloof, zocht Mandel nog naar ‘vernieuwing’ van het marxisme. Zijn leven werd in 2007 adequaat beschreven door biograaf Jan Willem Stutje, die echter terugschrok voor de voor de hand liggende conclusie dat dit een leven van vergeefs streven is geweest – vermoedelijk omdat hij teveel sympathie koesterde voor dit onvruchtbare denken. Naar aanleiding van zijn boek Ernest Mandel. Rebel tussen droom en daad schreef ik eens onderstaand artikel.

Lees verder

‘Zoekend gelovige’ natuurkundige Carl Friedrich von Weizsäcker: in 1975 de ideale eredoctor voor de Vrije Universiteit

De Vrije Universiteit Amsterdam veranderde na de jaren zestig van een gereformeerde universiteit in een ‘bijzondere’ universiteit. Het geharnaste gereformeerde geloof werd een ‘zoekontwerp’, om een term te ontlenen aan theoloog H.M. Kuitert, hoogleraar ethiek en inleiding dogmatiek aan de VU. De natuurkundige en filosoof Carl Friedrich von Weizsäcker (1912- 2007) was in dat opzicht een ideale kandidaat-eredoctor voor de Vrije Universiteit in de jaren zeventig. En niet alleen om die reden: ook omdat hij als natuurkundige op de gevaren van kernbewapening wees. Dat kon op instemming rekenen van een aantal medewerkers aan de universiteit die zich hierover eveneens zorgen begonnen te maken. Von Weizsäcker was in 1975 dus een ideale kandidaat, zo schreef ik eens in mijn boek Het is ons een eer en een genoegen. Eredoctoraten aan de Vrije Universiteit sinds 1930, waaruit onderstaand artikel licht bewerkt afkomstig is.

Lees verder

‘Lichtflitsen in een duistere nacht’. Over het instituut Voltaire, eerst en vooral een uitmuntend schrijver

Je hoort over Voltaire (1694-1778) tegenwoordig niet zoveel goeds meer. Hij zou een verkeerde kijk op het jodendom en christendom hebben, zich in de omgang laten kennen als een nurkse, onaangename man en hij zou – dit weer als steen des aanstoots voor vrijdenkers – geen ‘echte’ atheïst zijn geweest en slechts een halfhartig vertegenwoordiger van de Verlichting (die tegenwoordig vooral ‘radicaal’ moet heten). Toch lees ik hem graag, want bij alles wat over hem gezegd is: Voltaire was eerst en vooral een uitmuntend schrijver, een die bovendien uitgroeide tot een instituut met wie de machtigen der aarde zich graag inlieten. Dankzij geweldige vertalers, van wie in het bijzonder Hannie Vermeer-Pardoen met alle eer moet worden genoemd, is zijn frisse werk voor iedereen toegankelijk. Ik schreef eens in het Nederlands Dagblad over zijn briefwisseling met Frederik de Grote, die in 2007 in het Nederlands werd vertaald, en plaats dat artikel hier licht gewijzigd nog eens.

Lees verder

Over historicus A.E. Cohen (1913-2004), zijn geestverwant Hans Blom en het genre biografie als verkapte autobiografie

Tussen 2000 en 2010 schreef ik op verzoek van mijn vrienden Willem Bouwman en Nelleke Vermeer, destijds verantwoordelijk voor de boekenbijlage, regelmatig artikelen en recensies voor het Nederlands Dagblad. Meestentijds over fascisme, nationaalsocialisme, communisme en historiografie. Sommige van die artikelen vind ik de moeite waard om hier nog eens te plaatsen. Onderstaand artikel verscheen naar aanleiding van de in 2006 gepubliceerde studie A.E. Cohen als geschiedschrijver van zijn tijd onder redactie van J.C.H. Blom, D.E.H. de Boer, H.F. Cohen en J.F. Cohen. Hoewel H.F. (Floris) Cohen en J.F. (Jaap) Cohen als respectievelijk zoon en kleinzoon vanzelfsprekend dichtbij A.E. (Adolf) Cohen staan, was redacteur J.C.H. (Hans) Blom de ware geestverwant van Adolf Cohen.

Lees verder