Over een biografie die veeleer een hagiografie moet worden genoemd: de mislukte kroniek van het leven van theoloog Albert Jan Rasker

Er is iets vreemds aan de hand met theologische biografieën: het zijn dikwijls hagiografieën waaruit iedere kritische distantie uit verdwenen is. Ter rechterzijde van het christelijke spectrum, vooral in het Reformatorisch Dagblad, werden jarenlang jubilerende predikanten in het zonnetje gezet die niets anders hadden gedaan dan God en hun gemeente dienen, maar die niettemin met een halve pagina in de krant werden bedeeld, terwijl er over hen eigenlijk niet meer te zeggen viel dan juist dat. Nu zijn dit krantenstukken, waarin na een dag de spreekwoordelijke vis gaat. Ernstiger wordt het als er biografieën verschijnen, die geschreven worden met ‘wetenschappelijke’ pretentie, compleet met notenapparaat, literatuurlijst en bibliografie maar die iemand als heilige neerzetten. Hier geen portretten in voorbijgaande krantenartikelen, maar blijvende monumenten met de bedoeling dat beeld te laten beklijven. Dat is wat de Tsjech Tomáŝ Novák, daarin ondersteund door de theoloog Rinse Reeling Brouwer, heeft proberen te doen met de hagiografie A.J. Rasker. Theoloog op de bres voor de vrede.[1]

Lees verder

Franz Kafka, de ideale schrijver van Willem Frederik Hermans

Op 1 september was het honderd jaar geleden dat Willem Frederik Hermans (1921-1995) werd geboren. Bij die gelegenheid werd uitvoerig stilgestaan in de pers. In onder meer NRC Handelsblad en de Volkskrant verschenen grote artikelen, die wel ingingen op zijn reputatie als ruziemaker en op zijn vriendschappen tijdens de Tweede Wereldoorlog maar minder op zijn literatuur en zijn poëticale opvattingen. Daarover is al veel gezegd en blijft nog veel te zeggen. De schrijver Hermans was namelijk ook een lezer, iemand met uitgesproken opvattingen hoe literatuur geschreven diende te worden. Franz Kafka was daarbij een lichtend voorbeeld. Kafka paste naadloos in Hermans’ wereldbeschouwing: hij beschouwde hem als een schrijver die in zijn romans en verhalen een moeilijk te doorgronden wereld had verbeeld waarin de mens ronddoolde en naar betekenis zocht. In dit artikel schreef ik over Hermans’ bewondering voor Kafka. Het verscheen, voorzien van prachtige illustraties (bijeengebracht door Kafka-kenner Niels Bokhove), toepasselijk op 1 september op de website van de Franz Kafka-kring. Het artikel is hier ook nog eens te lezen via bijgaande link: http://www.kafka-kring.nl/artikelen/franz-kafka-de-ideale-schrijver-van-willem-frederik-hermans/

Ode aan een vriendschap die eens was: bij de dood van Albert van der Zeijden (1957-2021)

Ik verbleef in het Duitse Sauerland toen ik overvallen werd door het bericht dat historicus Albert van der Zeijden op vrijdag 30 juli jongstleden plotseling is gestorven. Hoewel wij elkaar de laatste 15 jaar letterlijk en figuurlijk wat uit het oog waren verloren, trof zijn dood me toch. We waren tijdens onze geschiedenisstudie aan de Universiteit Utrecht namelijk zeer bevriend en hadden aan een half woord genoeg om elkaar te begrijpen. Het was een grote persoonlijke en intellectuele vriendschap in die jaren ’80 en ‘90, waarin we elkaar enkele malen per week opzochten en urenlang telefoneerden. In de gesprekken ging het (uiteraard) over historici maar ook over literatuur, waarbij Albert een voorkeur aan de dag legde voor Anthony Trollope, Mario Vargas Llosa en Fjodor Dostojevski, terwijl ik een liefhebber was van het werk van Jean-Paul Sartre, Albert Camus en Willem Frederik Hermans. Daarbij vormden we jarenlang met anderen een historisch studiegroepje. Ode aan een vriendschap die langzaam verliep door toenemende verschillen in levensbeschouwing.

Lees verder

‘Deze verdelging duurde voort zonder ophouden tot ’s avonds laat’. Nederlandse ooggetuigen van de Armeense tragedie

Ik las de afgelopen weken met grote aandacht het proefschrift van Dirk Roodzant, die op 23 april van dit jaar aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde op “De Armeense gruwelen. Nederland en de vervolgingen van de Armeniërs in het Ottomaanse Rijk 1889-1923”. Ik koos het voor het historisch radioprogramma OVT als boek van de maand en deed dat niet voor niets: Roodzant schreef een belangrijk boek over een onderwerp dat in Nederland de laatste tijd alleen nog in het nieuws komt omdat Turkije moord en brand schreeuwt als de regering en parlement van een ander land de genocide op de Armeniërs in 1915 officieel erkent. Langs Nederlanders gaat de massamoord op de Armeniërs, die ruim 1 miljoen doden te betreuren hadden, grotendeels heen, vermoedelijk omdat die letterlijk ver van het bed plaats heeft gevonden. Maar toen de massamoorden plaatsvonden deden pers en gezanten ter plaatse voluit verslag van een massamoord die destijds verdeelde reacties opriep.

Lees verder

Conrad Busken Huet (‘De beul van Haarlem’) en Willem Frederik Hermans (‘Het beest van Haren’): een vergelijking

De afgelopen maand las ik veel van en over Conrad Busken Huet ((1826-1886). Dat wil zeggen: verscheidene van zijn kritieken en enkele studies die Olf Praamstra over hem schreef, te weten diens proefschrift Gezond verstand en goede smaak (1991) over de kritieken van Huet en de in 2007 verschenen biografie. Hoewel Willem Frederik Hermans (1921-1995) in geen van beide boeken voorkomt, moest ik onweerstaanbaar aan hem denken, gezien de vele overeenkomsten tussen Huet en Hermans. Hermans wordt – ook door hemzelf – immer in verband gebracht met Multatuli maar mij lijken de overeenkomsten met Huet groter. Overeenkomsten sluiten verschillen niet uit, want ook die lopen in het oog, al treffen mij vooral de overeenkomsten tussen de schrijvers voor wie literatuur troost bood in het onmogelijk bestaan – dat vooral door eigen toedoen moeizaam was. Een vergelijking.

Lees verder

Een immer evenwichtig en fair oordelend historicus. Pieter van Hees (1937-2021), kenner en bezorger van het werk van Pieter Geyl

“Ganz unschätzbar sind Briefwechsel zweier oder mehrerer durch Tätigkeit in einem gemeinsamen Kreis sich fortbildender Personen”, schreef Goethe eens in een citaat dat ik las bij de historicus Pieter van Hees (1937-2021). Het is een sleutelzin die geheel en al op het levenswerk van Van Hees van toepassing was: hij heeft briefwisselingen van aan elkaar gewaagde historici bezorgd, waarvan uitgave van de vijf delen Gerretson-Geyl (1979-1981) wel het hoogtepunt moet worden genoemd. Van Hees stierf op 20 april jongstleden. Hij geldt als een historians historian, niet erg bekend bij het grote publiek maar wel geacht door vakgenoten, in het bijzonder in Vlaanderen waar hij gewaardeerd werd om zijn grote kennis van de Vlaamse Beweging. Maar hij zal vooral bekend blijven als de man die de historicus Pieter Geyl een lang nachleben bezorgde. Ik heb hem de laatste twintig jaar van zijn leven goed leren kennen en raakte goed met hem bevriend.  Een impressie van zijn werk en zijn persoon dat tevens als eerbetoon bedoeld is.

Lees verder

De “Hitler-dagboeken” of hoe nepnieuws anno 1983 even wereldnieuws werd

Bijna dertig jaar geleden schreef ik een inmiddels digitaal onvindbaar artikel over de vervalsing van de Hitler-dagboeken door Konrad Kujau (1938-2000) dat ik hier ‘nieuw leven’ geef. In april 1983 werden die dagboeken door het West-Duitse weekblad Stern met veel aplomb en sensatiezucht aan de wereld geopenbaard. Drijvende kracht achter die onthulling was de dubieuze, nu bijna 90-jarige redacteur Gerd Heidemann (1931), van wie in 2002 ook nog bekend werd dat hij jarenlang informant was geweest van de Oost-Duitse geheime dienst Stasi. Heidemann was zo tuk op journalistieke roem en stond dermate kritiekloos tegenover alles dat met het nationaalsocialisme van doen had, dat hij zich maar al te graag om de tuin liet leiden door Kujau. Dankzij de vervalste Hitler-dagboeken sneuvelde menige reputatie. Maar de vervalsing liet vooral zien hoe gretig pers en publiek (ook in Nederland) zijn als het nieuws over Hitler betreft, ook en zelfs als het nepnieuws betreft. Robert Harris, inmiddels een befaamd romancier, schreef een meeslepend verslag van de ‘vervalsing van de eeuw’, zoals de zwendel later genoemd werd. Anno 1983 gold: Hitler und kein Ende. Anno 2021 is dat niet anders.

Lees verder

Over “Vuur in de nacht” van Albert Maltz, de favoriete roman van mijn vader

The Cross and the Arrow, in het Nederlands vertaald als Vuur in de nacht, was de favoriete roman van mijn recent gestorven vader. Ik had nog nooit van het boek gehoord en evenmin van de schrijver, de Amerikaan Albert Maltz (1908-1985). Zoals dat gaat: druk met andere boeken en schrijvers kwam ik nooit aan Vuur in de nacht toe. Maar na zijn sterven wilde ik weten waarom het boek hem zo had gegrepen. Ik las het dezer dagen en verdiepte me in Albert Maltz, een interessante figuur die in de Verenigde Staten als communist tussen twee vuren kwam: hij werd begin jaren vijftig belaagd door communistenvreter Joseph McCarthy en hij kwam onder vuur te liggen van Amerikaanse communisten die vonden dat Maltz te weinig ‘socialistisch-realistisch’ schreef. Maltz bleef bij al zijn engagement dus uiteindelijk een eenling, altijd een goed teken voor een schrijver.

Lees verder

Snouck Hurgronje, de ‘volkomen geleerde’, die tevens activist was

Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936) was tot voor kort voor mij alleen een naam. Dat hij als islamoloog een geleerde van wereldfaam was wist ik, zoals me ook bekend was dat hij een jeugdvriend was van de gereformeerde theoloog Herman Bavinck. Vergeleken met de wat brave Bavinck leidde Snouck Hurgronje een bijzonder enerverend leven leidde, bepaald niet alleen het ‘volkomen geleerdenleven’ dat Wim van den Doel van hem maakt in zijn uitputtende biografie die onlangs verscheen. Bij al zijn geleerdheid was Snouck namelijk ook een activist, eerst en vooral erop uit de regering in Den Haag en het gouvernement in Indië te doordringen van zijn visie op de islam. Die visie getuigde van optimisme: de islam zou onder invloed van de moderniteit als vanzelf liberaler worden, een visie die niet uitgekomen is.

Lees verder

“Feuerbach, dat zijn wij”: godsdienstfilosoof en ethicus Herman Heering over christendom en atheïsme

Ooit las ik Tragiek. Van Aeschylus tot Sartre, een voortreffelijke studie van de vrijzinnige Leidse hoogleraar godsdienstfilosofie H.J. (Herman) Heering (1912-2000), dat in 1961 verscheen. Sindsdien volgde ik zijn bescheiden maar bijzondere oeuvre. Heering schreef niet alleen over tragiek, het leven van Heering had zelf ook iets tragisch. Hij was in de tweede helft van de twintigste eeuw binnen de universitaire muren een vrijzinnig en tegelijk orthodox vertegenwoordiger van het christendom. Hij stond open voor de moderne cultuur maar meende tegelijkertijd dat alle heil van Jezus van Nazareth moest komen. Terwijl Heering de secularisatie binnen de muren van de academie analyseerde, ging die buiten de muren onverdroten door. Hij doorleefde het atheïsme van Feuerbach (‘Feuerbach, dat zijn wij’) maar geloofde tevens dat God het laatste woord had. Ook wie niet al zijn denkbeelden deelt, kan zich geboeid weten door deze nagenoeg vergeten figuur.

Lees verder