Over “Vuur in de nacht” van Albert Maltz, de favoriete roman van mijn vader

The Cross and the Arrow, in het Nederlands vertaald als Vuur in de nacht, was de favoriete roman van mijn recent gestorven vader. Ik had nog nooit van het boek gehoord en evenmin van de schrijver, de Amerikaan Albert Maltz (1908-1985). Zoals dat gaat: druk met andere boeken en schrijvers kwam ik nooit aan Vuur in de nacht toe. Maar na zijn sterven wilde ik weten waarom het boek hem zo had gegrepen. Ik las het dezer dagen en verdiepte me in Albert Maltz, een interessante figuur die in de Verenigde Staten als communist tussen twee vuren kwam: hij werd begin jaren vijftig belaagd door communistenvreter Joseph McCarthy en hij kwam onder vuur te liggen van Amerikaanse communisten die vonden dat Maltz te weinig ‘socialistisch-realistisch’ schreef. Maltz bleef bij al zijn engagement dus uiteindelijk een eenling, altijd een goed teken voor een schrijver.

Lees verder

Snouck Hurgronje, de ‘volkomen geleerde’, die tevens activist was

Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936) was tot voor kort voor mij alleen een naam. Dat hij als islamoloog een geleerde van wereldfaam was wist ik, zoals me ook bekend was dat hij een jeugdvriend was van de gereformeerde theoloog Herman Bavinck. Vergeleken met de wat brave Bavinck leidde Snouck Hurgronje een bijzonder enerverend leven leidde, bepaald niet alleen het ‘volkomen geleerdenleven’ dat Wim van den Doel van hem maakt in zijn uitputtende biografie die onlangs verscheen. Bij al zijn geleerdheid was Snouck namelijk ook een activist, eerst en vooral erop uit de regering in Den Haag en het gouvernement in Indië te doordringen van zijn visie op de islam. Die visie getuigde van optimisme: de islam zou onder invloed van de moderniteit als vanzelf liberaler worden, een visie die niet uitgekomen is.

Lees verder

“Feuerbach, dat zijn wij”: godsdienstfilosoof en ethicus Herman Heering over christendom en atheïsme

Ooit las ik Tragiek. Van Aeschylus tot Sartre, een voortreffelijke studie van de vrijzinnige Leidse hoogleraar godsdienstfilosofie H.J. (Herman) Heering (1912-2000), dat in 1961 verscheen. Sindsdien volgde ik zijn bescheiden maar bijzondere oeuvre. Heering schreef niet alleen over tragiek, het leven van Heering had zelf ook iets tragisch. Hij was in de tweede helft van de twintigste eeuw binnen de universitaire muren een vrijzinnig en tegelijk orthodox vertegenwoordiger van het christendom. Hij stond open voor de moderne cultuur maar meende tegelijkertijd dat alle heil van Jezus van Nazareth moest komen. Terwijl Heering de secularisatie binnen de muren van de academie analyseerde, ging die buiten de muren onverdroten door. Hij doorleefde het atheïsme van Feuerbach (‘Feuerbach, dat zijn wij’) maar geloofde tevens dat God het laatste woord had. Ook wie niet al zijn denkbeelden deelt, kan zich geboeid weten door deze nagenoeg vergeten figuur.

Lees verder

Bob Smalhout, “Een verdwenen wereld”. Portret van mijn vader, Jacobus (‘Kobus’) Berkelaar (1930-2021)

Mijn dezer dagen gestorven vader Jacobus (‘Kobus’) Berkelaar was tussen 1959 en 1995 hoofd tuindienst van het Academisch Ziekenhuis Utrecht, tegenwoordig Universitair Medisch Centrum geheten. Daar stond hij bekend als ‘de tuinman met het rode gezicht’, die niet alleen het ziekenhuisterrein van groen voorzag maar ook patiënten bloemen bracht en als uitmuntend spreker menig afscheid van medische professoren opluisterde. Met een van hen raakte hij bevriend: de anesthesist Bob Smalhout (1927-2015). Die portretteerde mijn vader op 4 februari 2006 in De Telegraaf onder de titel ‘Een verdwenen wereld’, een portret dat hij in 2009 opnam in zijn bundel Portretten uit een bewogen tijd, onder redactie van journalist René Steenhorst. Ik publiceer het hier omdat het een mooi beeld geeft van de standenmaatschappij die Nederland in de jaren vijftig nog was.

Lees verder

“De katholieke Kerk heeft het signaal voor de goederentreinen niet op rood gezet”. De discussie over Rolf Hochhuths toneelstuk ‘De plaatsbekleder’ (1963)

Op 13 mei 2020 stierf de Duitse toneelschrijver Rolf Hochhuth in de leeftijd van 89 jaar. Hochhuth werd op 33-jarige leeftijd wereldberoemd met zijn toneelstuk Der Stellvertreter, een felle aanklacht tegen paus Pius XII, die hij ervan beschuldigde niet geprotesteerd te hebben tegen de Jodenvervolging door de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het toneelstuk verscheen enkele jaren na het proces tegen Adolf Eichmann, een van de organisatoren van de Holocaust. Dat proces plaatste de Jodenvervolging in het brandpunt van de belangstelling. Der Stellvertreter was een katalysator van een discussie over een ander thema: de verantwoordelijkheid van ‘omstanders’ ten tijde van de Jodenvervolging. In dit geval een ‘omstander’ die moreel gezag genoot: de rooms-katholieke kerk. Geen wonder dat zijn toneelstuk bij verschijnen in 1963 wereldnieuws was. Een reconstructie van het heftige debat destijds, dat ook aan Nederland niet voorbijging.

Lees verder

Eens neomarxisme, nu identiteitspolitiek: de ‘kritische’ universiteit in een ander jasje

Dit jaar verscheen in de Verenigde Staten een intrigerend boek: Cynical Theories. How Activist Scholarship Made Everything about Race, Gender and Identity and why This Harms Everybody, geschreven door de wetenschappers Helen Pluckrose en James Lindsay. Zij betogen dat het postmodernisme een onheilige alliantie is aangegaan met identiteitspolitiek. Wetenschap zou in bepaalde humaniora niet langer draaien om weging van argumenten, onafhankelijk van kleur of klasse van de wetenschapper, maar kleur en klasse vormen zelf een argument. Spreken namens kleur of klasse leidt tot identiteitspolitiek met als inzet de ‘ontmaskering’ van de ‘gevestigde’ wetenschap. Maar hoe zelfkritisch zijn de identiteitsactivisten, de opvolgers van de neomarxisten van de jaren ’60 tot aan de jaren ’90? Dit is een lichte bewerking van een artikel dat op 4 december 2020 werd gepubliceerd in het Nederlands Dagblad.

Lees verder

Svetlana Alliloejeva, of de levenslange strijd van de dochter van Stalin om aan diens lange schaduw te ontsnappen

Hoe is het om kind van een dictator te zijn en nog wel van een dictator van het gruwelijke formaat als Jozef Stalin? Ik had daar eigenlijk nooit goed over nagedacht tot ik deze zomer de memoires van Svetlana Alliloejeva (1926-2011) las, alsmede de voortreffelijke biografie die Rosemary Sullivan in 2016 over haar publiceerde. Voordat ik haar memoires en biografie las, ging ik af op het cliché dat altijd over haar klonk: dat Svetlana niet alleen de lieveling van haar vader was maar ook zijn tirannieke trekken bezat, die haar ongenietbaar en onmogelijk maakten. Nu steekt ook in dit cliché, zoals in ieder cliché, wel iets van waarheid, maar dit is, zo bleek me bij lezing, beslist niet het hele verhaal. Het leven van Svetlana is ook het verhaal van een even krachtige als gevoelige vrouw, die niet alleen (tevergeefs) uit de schaduw van haar vader probeert te komen, maar die ook moedig haar vrijheid trachtte te zoeken, tegen alle verdrukking in.

Lees verder

George Nypels, de journalist die al vroeg verslag deed van het geraffineerde antisemitisme van Adolf Hitler

Over de opkomst van Hitler in München in de vroege jaren twintig van de vorige eeuw zijn inmiddels veel ooggetuige-verslagen bijeengebracht. Nederlanders waren van die opkomst niet of nauwelijks getuige, met uitzondering van journalist George Nypels. Henk van Renssen schreef ooit een mooi boek over hem, getiteld George Nypels, reiscorrespondent tussen de wereldoorlogen. Aan de hand van de artikelen die Nypels schreef, laat Van Renssen zien wat een geraffineerde demagoog Hitler was. De latere Führer bespeelde een heel register om zijn toehoorders te winnen voor zijn Jodenhaat: hij ging niet alleen tekeer tegen het ‘wereldjodendom’, hij maakte Joden ook op een laaghartige manier belachelijk en won zo de harten van de Beierse bevolking.

Lees verder

“Zo gij zijn monument zoekt…”Over de mooiste epiloog die ik ooit las

Ik was nog maar een jonge vent, toen mijn vader me aanspoorde een boek te lezen dat hem altijd zeer had geboeid. Hij trok een kleine, maar dikke pocket uit de boekenkast. Op de omslag stond met grote koeienletters geschreven: Hitler. Daaronder wat kleiner, maar niet minder intrigerend: Leven en ondergang van een tiran. Om mij ervan te overtuigen dat het lezen van deze dikbedrukte pil geen verspilde moeite was, vertelde hij hoe hij het boek had bemachtigd.

Lees verder

De ‘beeldenstorm’ anno 2020: een uiting van pijn maar ook een vertoon van morele superioriteit

Deze week vroeg het Nederlands Dagblad me in de persoon van opinieredacteur Andre Zwartbol om een column over de ‘beeldenstorm’ die dit jaar door de Westerse wereld gaat. Soms is het letterlijk een beeldenstorm, soms gaat het om het weghalen van een naam, maar in alle gevallen is de inzet dezelfde: de imperiale geschiedenis van de Westerse wereld, uitmondend in kolonialisme en gepaard gaand met racisme, wordt niet geaccepteerd en moet letterlijk onzichtbaar worden gemaakt. Dat lijkt een nobel streven maar is dat niet. In die beeldenstorm klinkt niet alleen pijn door over het leed dat voorvaderen van anders gekleurde Nederlanders is aangedaan maar is minstens zozeer een (wellicht onbewuste) uiting eigen morele superioriteit.

Lees verder